Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Betrokkene heeft bij de kantonrechter verzocht om een mentorschap in te stellen vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van Stichting [naam4] tot mentor. De kantonrechter wees dit verzoek af omdat betrokkene onvoldoende had onderbouwd dat hij zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard niet zelf kon waarnemen.
In hoger beroep heeft betrokkene geen nieuwe onderbouwde informatie aangevoerd. Het hof stelt vast dat een uitdraai van een patiëntenkaart onvoldoende is om het verzoek te ondersteunen. De bewindvoerder, die al over de vermogensrechtelijke belangen waakt, betwist dat betrokkene hulp nodig heeft bij huishoudelijke taken of verzorging. Tevens heeft de bewindvoerder aangeboden betrokkene te helpen bij het inschakelen van maatschappelijke hulp indien nodig.
Het hof concludeert dat betrokkene wel weet welke stappen hij moet nemen maar deze feitelijk niet uitvoert, zonder dat is gebleken dat hij daartoe niet in staat is of wordt belemmerd. Gezien deze omstandigheden bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en wijst het verzoek tot instelling van mentorschap af.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot instelling van een mentorschap af wegens onvoldoende onderbouwing dat betrokkene zijn belangen niet zelf kan behartigen.