Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
J.T.M. VASTGOED B.V.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
JTM Vastgoed B.V. werd op 14 maart 2018 failliet verklaard, waarna mr. Leferink als curator werd aangesteld. De curator stelde dat betalingen aan Ambojeba Holding B.V. op grond van een overeenkomst vernietigbaar waren wegens benadeling van schuldeisers (art. 42 Fw Pro) en overleg met oogmerk tot bevoordeling (art. 47 Fw Pro).
Het hof nam de feiten over uit het vonnis van 4 februari 2020 en oordeelde dat de overeenkomst niet onverplicht was verricht, aangezien de diensten van Ambojeba daadwerkelijk geleverd werden en noodzakelijk waren voor het beheer en de begeleiding van JTM. Bovendien was de bank ING als pandhouder akkoord met de betalingen, die ten koste gingen van ING en niet van de gezamenlijke schuldeisers.
Ten aanzien van artikel 47 Fw Pro stelde het hof vast dat er geen bewijs was van overleg met het oogmerk Ambojeba boven andere schuldeisers te bevoordelen. Integendeel, partijen streefden naar beperking van de schade voor alle schuldeisers. De curator stelde onvoldoende concrete feiten om dit te bewijzen. Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde de curator in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de curator tot vernietiging van de overeenkomst en betalingen aan Ambojeba af.