ECLI:NL:GHARL:2021:5865
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Verzet
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- S.B. Boorsma
- K. Mans
- Rechtspraak.nl
Beslissing over verzet tegen griffierecht bij twee afzonderlijke hoger beroepen
VRC stelde verzet in tegen de hoogte van het griffierecht dat door de griffier was vastgesteld voor twee afzonderlijke hoger beroepsprocedures. VRC betoogde dat zij slechts eenmaal griffierecht verschuldigd zou zijn omdat het hoger beroep tegen het provisionele vonnis geen zelfstandige behandeling meer behoeft na het eindvonnis in de hoofdzaak.
Het hof oordeelde dat het verzet tegen het griffierecht in de eerste zaak niet-ontvankelijk was omdat het te laat was ingediend. Voor de tweede zaak werd het verzet inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard. Het hof benadrukte dat het hier gaat om twee afzonderlijke procedures waarvoor ieder afzonderlijk griffierecht verschuldigd is, ook al betreft het hetzelfde geschil.
De wettelijke regeling in de Wet griffierechten burgerlijke zaken (Wgbz) voorziet niet in een uitzondering voor deze situatie. Het hof wees het verzoek van VRC af en bevestigde dat griffierecht per procedure geheven moet worden, ongeacht het feit dat het hoger beroep tegen het provisionele vonnis feitelijk geen behandeling meer behoeft.
Uitkomst: Het verzet tegen het griffierecht werd voor de eerste procedure niet-ontvankelijk verklaard en voor de tweede procedure ongegrond verklaard.