ECLI:NL:GHARL:2021:4205
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot ondertoezichtstelling van naar het buitenland ontvoerd kind
De zaak betreft een geschil over de ondertoezichtstelling van een minderjarige die door zijn moeder zonder toestemming van de vader naar Polen is overgebracht. De vader, die het eenhoofdig gezag heeft, verzocht de raad voor de kinderbescherming om ondertoezichtstelling van het kind. De rechtbank wees dit verzoek af omdat de GI de maatregel onuitvoerbaar achtte.
In hoger beroep oordeelt het hof dat de Nederlandse rechter bevoegd is, gelet op het ongeoorloofd overbrengen van het kind naar Polen en het ontbreken van uitzonderingssituaties volgens Brussel II-bis. Het hof constateert ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind door de onduidelijke situatie, verstoorde communicatie tussen ouders, en zorgen over de woon- en opvoedsituatie in Polen.
Het hof benadrukt de noodzaak van gedwongen hulpverlening om de terugkeer naar Nederland en de omgang met de ouders te begeleiden. De GI kan een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van het belang van het kind en het bevorderen van contact tussen ouders en instanties. Daarom vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het het verzoek tot ondertoezichtstelling toe voor zes maanden, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ondertoezichtstelling toe en stelt het kind onder toezicht van de gecertificeerde instelling voor zes maanden.