Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Deze civiele zaak betreft de vernietiging van een erkenning van een minderjarige door een derde en de toekenning van vervangende toestemming tot erkenning aan de biologische vader. De moeder had aan de derde toestemming gegeven om het kind te erkennen met het oogmerk de belangen van de biologische vader te schaden. Het hof oordeelde dat daardoor sprake is van misbruik van bevoegdheid en vernietigde de erkenning door de derde.
De biologische vader had de mogelijkheid gehad om tijdig vervangende toestemming te vragen, maar had dit niet gedaan. Nu de moeder geen bezwaar meer maakte tegen erkenning door de biologische vader, verleende het hof hem vervangende toestemming. De bijzondere curator werd ontslagen en de derde verloor zijn positie in de procedure.
Daarnaast werd een voorlopige omgangsregeling vastgesteld: begeleide omgang eenmaal per vier weken gedurende twee uur op een neutrale locatie. Het hof achtte gezamenlijk gezag op dit moment te prematuur vanwege de gespannen communicatie tussen ouders en mogelijke negatieve effecten op het kind. De zaak werd aangehouden voor zes maanden om de omgang te monitoren en verdere beslissingen te kunnen nemen op basis van rapportages van de gecertificeerde instelling.
Uitkomst: Erkenning door derde vernietigd, vervangende toestemming aan biologische vader verleend, voorlopige begeleide omgang vastgesteld, gezamenlijk gezag afgewezen, zaak aangehouden voor monitoring.