Uitspraak
Pluimveehouderij,
[appellant],
[geïntimeerde],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid van [appellant] centraal voor schade die [geïntimeerde] op 7 augustus 2017 aan haar bulkwagen heeft geleden op het terrein van [appellant]. De rechtbank stelde eerder vast dat sprake was van een gebrekkige opstal en onrechtmatige gevaarzetting, en wees de vordering van [geïntimeerde] toe. [appellant] ging in hoger beroep, maar het hof bevestigde de aansprakelijkheid.
De feiten zijn dat [appellant] een perceel had gekocht en gesaneerd, waarbij voormalige varkensstallen waren gesloopt maar de onderliggende kelders met stalvloeren deels waren blijven liggen en gebruikt werden als terreinverharding. Op het terrein reed een chauffeur van [geïntimeerde] met een zware bulkwagen, die kantelde nadat een betonnen plaat (voormalige stalvloer) onder het gewicht bezweek. De vloer was niet herkenbaar als onbegaanbaar en werd als rijpad gebruikt.
Het hof oordeelde dat de opstal gebrekkig was omdat deze niet voldeed aan de eisen voor erfverharding die zwaar materieel kan dragen. [appellant] had kunnen en moeten waarschuwen voor het gevaar, maar had dit nagelaten. Ook was sprake van onrechtmatige gevaarzetting. De chauffeur van [geïntimeerde] had geen eigen schuld omdat hij niet hoefde te verwachten dat het rijpad ongeschikt was. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde [appellant] tot betaling van de schade en proceskosten.
Uitkomst: [appellant] is aansprakelijk voor de schade aan de bulkwagen en moet de vordering van [geïntimeerde] voldoen; het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.