Uitspraak
[appellante],
de curator,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze renvooiprocedure vordert de vader erkenning van diverse vorderingen in het faillissement van zijn zoon. De rechtbank had een deel van de vorderingen erkend en de rest afgewezen. Het hof beoordeelt de vorderingen opnieuw op basis van feiten en bewijs.
De vader en zoon werkten samen in een vennootschap en hadden ook privé financiële transacties. De vader had een lening afgesloten bij de bank en was mede-hoofdelijke schuldenaar van een lening bij een derde. Diverse vorderingen betroffen geld dat de zoon van de privérekening van de vader zou hebben gebruikt, en schade aan een woning door een wietkwekerij.
Het hof oordeelt dat sommige vorderingen onvoldoende zijn onderbouwd, met name de lening die de vader zelf is aangegaan en de schadeposten gerelateerd aan de wietkwekerij. Wel wordt een deel van de lening bij de derde erkend, voor het bedrag dat de vader meer heeft betaald dan zijn aandeel. Ook een deel van de vordering wegens geldopnamen wordt erkend. De overige vorderingen worden afgewezen.
Het hof vernietigt het vonnis voor zover het de erkenning van vorderingen betreft en wijzigt dit door een hoger bedrag als concurrente vordering toe te laten. De proceskosten worden gecompenseerd en elke partij draagt haar eigen kosten.
Uitkomst: Het hof erkent de vorderingen van de vader deels en wijzigt het vonnis door hem toe te laten als concurrent schuldeiser voor € 111.251,08.