Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
- het beroepschrift met producties, ingekomen op 20 november 2020;
- het verweerschrift met producties;
- een journaalbericht van mr. Six-van der Werf van 4 februari 2021 met producties 52-55;
- een journaalbericht van mr. van Riet-Holst van 5 februari 2021 met producties H.9-H.18;
- een journaalbericht van mr. Six-van der Werf van 8 februari 2021 met producties 13-14.
- [de minderjarige1] , geboren [in] 2007 te [C] , en
- [de minderjarige2] , geboren [in] 2009 te [C] .
4.Het geschil
- stelt de volgende wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap van de woning en de auto vast:
- de woning moet worden verkocht en geleverd aan een derde, waarna met de verkoopopbrengst de op de woning rustende hypothecaire geldleningen dienen te worden afgelost, waarna na aftrek van de verkoopkosten en na aftrek van het aan de man toekomende vergoedingsrecht van € 165.785,- het overblijvende bedrag bij helfte dient te worden verdeeld;
- de Mitsubishi Outlander Sport wordt toebedeeld aan de vrouw, onder betaling van een bedrag van € 2.000,- aan de man;
- bepaalt dat van alle bank-, spaar- en beleggingsrekeningen van partijen de toename in saldi vanaf 14 februari 2007 tot aan 15 maart 2019 bij helfte wordt verdeeld;
- veroordeelt de vrouw tot het betalen van € 3.232,13 aan de man voor verrekening van verschillende (gebruikers)lasten.