Uitspraak
[appellant],
Van Houwelingen,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.Waar gaat deze zaak over?
3.Het oordeel van het hof
4.De conclusie
5.De beslissing
- € 2071,- aan procedurele kosten (verschotten) en
- € 2.228,- aan salaris;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak staat de betaling van zestien facturen voor hout en bouwmaterialen centraal, geleverd door Van Houwelingen aan een bouwbedrijf. De kantonrechter had de vordering tot betaling van het restantbedrag toegewezen nadat slechts een deel was voldaan.
Het hoger beroep richtte zich op het verweer van de appellant dat hij de facturen niet had ontvangen en dat hij een grondslagverweer voerde in plaats van een bevrijdend verweer. Het hof oordeelde dat de facturen wel degelijk waren verzonden en dat het verweer te laat en onvoldoende gemotiveerd was.
Verder werden door de appellant bezwaren geuit over leveringen tijdens de bouwvak en mogelijke fouten door een ontslagen medewerker, maar deze waren niet onderbouwd met concrete aanwijzingen. Het hof stelde vast dat het risico van het niet controleren van leverbonnen bij de appellant lag.
De vordering van Van Houwelingen was daarmee voldoende onderbouwd en het beroep werd afgewezen. Het vonnis van de kantonrechter werd bekrachtigd en de appellant werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende gemotiveerd verweer tegen de facturen.