ECLI:NL:GHARL:2021:272

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 januari 2021
Publicatiedatum
12 januari 2021
Zaaknummer
200.279.323
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:450 lid 1 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot instelling van mentorschap wegens onvoldoende bewijs van onvermogen

In deze zaak stond het verzoek tot instelling van een mentorschap centraal, ingediend door de zoon van verzoeker. De kantonrechter had dit verzoek afgewezen, waarna verzoeker in hoger beroep ging. Tijdens de procedure bleek dat verzoeker zelf aanvankelijk geen mentorschap nodig achtte en zijn keuzes zelf kon maken, hoewel hij later van mening veranderde.

Het hof oordeelde dat niet voldoende was komen vast te staan dat verzoeker door zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard behoorlijk waar te nemen. De ervaren problemen hielden vooral verband met financiële zaken en communicatie met de huidige bewindvoerder, wat tot frustratie leidde.

Het hof stelde dat benoeming van een andere bewindvoerder, waarmee verzoeker goed kan samenwerken, mogelijk voldoende rust kan geven om zijn niet-vermogensrechtelijke belangen zelf te behartigen. Gezien de aanstaande benoeming van Stichting [belanghebbende1] als nieuwe bewindvoerder en de positieve relatie daartoe, zag het hof geen reden voor instelling van een mentorschap.

Daarom werd de bestreden beschikking van de kantonrechter bekrachtigd en het verzoek tot mentorschap afgewezen.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van het verzoek tot instelling van een mentorschap wegens onvoldoende bewijs van onvermogen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.279.323
(zaaknummer rechtbank Overijssel 8125083)
beschikking van 12 januari 2021
inzake
[verzoeker],
wonende te [A] ,
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. R. Kaya te Enschede.
Als overige belanghebbenden zijn aangemerkt:
Stichting [belanghebbende1],
gevestigd te [A] ,
[belanghebbende2],
wonende te [A] ,
[belanghebbende3],
wonende te [A] ,
[belanghebbende4],
wonende te [A] ,
[belanghebbende5],
wonende te [A] ,
en
[belanghebbende6],
wonende te [A] .

1.Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, van 25 februari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna: de bestreden beschikking).

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit het beroepschrift, ingekomen op 25 mei 2020.
2.2
De mondelinge behandeling heeft op 1 december 2020 plaatsgevonden. De zaak met zaaknummer 200.279.322 (ontslag bewindvoerder) is gelijktijdig behandeld. [verzoeker] was in persoon aanwezig, bijgestaan door zijn advocaat. Namens Stichting [belanghebbende1] waren [B] en [C] aanwezig. De overige belanghebbenden zijn niet verschenen.

3.De feiten

Bij beschikking van 15 januari 2016 zijn de goederen die aan [verzoeker] (zullen) toebehoren onder bewind gesteld.

4.De omvang van het geschil

4.1
Bij verzoek van 4 september 2020, bij de rechtbank ingekomen op 24 oktober 2020, heeft [belanghebbende5] , zoon van [verzoeker] , verzocht om instelling van een mentorschap met benoeming van Stichting [belanghebbende1] tot mentor. Bij dit verzoek zijn akkoordverklaringen gevoegd van [belanghebbende5] , [belanghebbende2] , [belanghebbende3] , [belanghebbende4] en [belanghebbende6] , allen kinderen van [verzoeker] .
4.2
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter het verzoek tot instelling van een mentorschap afgewezen.
4.3
[verzoeker] is met een grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Deze grief beoogt het geschil in hoger beroep in volle omvang aan de orde te stellen.
[verzoeker] verzoekt het hof de bestreden beschikking te vernietigen en het verzoek alsnog toe te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Ingevolge artikel 1:450 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan de kantonrechter, indien een meerderjarige als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen, een mentorschap instellen.
5.2
Het verzoek tot instelling van een mentorschap is bij de kantonrechter ingediend door [belanghebbende5] . [verzoeker] heeft zelf tijdens de mondelinge behandeling bij de kantonrechter verklaard dat hij mentorschap niet nodig vindt en zelf zijn keuzes kan maken. Kennelijk is [verzoeker] daarna van gedachten veranderd. Volgens zijn advocaat wist [verzoeker] hiervoor niet goed wat mentorschap inhoudt. Het staat [verzoeker] vrij in hoger beroep alsnog toewijzing van het verzoek van zijn zoon te verzoeken.
5.3
Naar het oordeel van het hof is niet voldoende komen vast te staan dat [verzoeker] als gevolg van zijn geestelijke of lichamelijke toestand niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de problemen die [verzoeker] ervaart voornamelijk samenhangen met de vele rekeningen en andere financiële post die hij ontvangt en met de onrust die daardoor bij hem ontstaat. Die onrust wordt versterkt doordat [verzoeker] communicatieproblemen met zijn huidige bewindvoerder ervaart en daardoor gefrustreerd raakt. Benoeming van een andere bewindvoerder met wie [verzoeker] op een goede manier kan samenwerken en die hem (de zorgen over) zijn financiële post uit handen kan nemen, zou [verzoeker] mogelijk voldoende rust brengen om zijn belangen van niet‑vermogensrechtelijke aard zelf te kunnen behartigen. Dat hebben zowel [verzoeker] zelf als mr. Kaya beaamd. Gelet op de afzonderlijke beschikking van dit hof van 12 januari 2021, uitgesproken onder zaaknummer 200.279.322, zal Stichting [belanghebbende1] met ingang van 1 februari 2021 de taak van bewindvoerder van [verzoeker] overnemen. [verzoeker] heeft te kennen gegeven Stichting [belanghebbende1] al langer te kennen, daarmee prettig te kunnen communiceren en zich daar gehoord te voelen. Gelet hierop ziet het hof op dit moment geen grond voor instelling van een mentorschap.

6.De slotsom

Gelet op wat hiervoor is overwogen zal het hof de bestreden beschikking bekrachtigen.

7.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Enschede, van 25 februari 2020.
Deze beschikking is gegeven door mrs. H. Phaff, M.H.F. van Vugt en C.F.L.A. van der Vegt-Boshouwers, bijgestaan door mr. H. Bouhuys als griffier, en is op 12 januari 2021 uitgesproken door mr. M.H.F. van Vugt in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.