Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.1. Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
Gazprombank).
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De moeder verzocht het hof om erkenning van een Nigeriaanse rechterlijke beslissing waarin zij het eenhoofdig ouderlijk gezag over haar zoon zou krijgen toegewezen. De vader oefent sinds 2016 het gezag uit nadat de moeder dit had verloren wegens onttrekking van het kind aan het wettige gezag.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde de moeder in de proceskosten. De moeder ging in hoger beroep met vijf grieven, waaronder erkenning van de Nigeriaanse beslissing en een proceskostencompensatie. Het hof oordeelde dat de Nigeriaanse beslissing niet erkend kan worden omdat deze onverenigbaar is met een eerdere Nederlandse beslissing die het gezag aan de vader toekent.
De moeder stelde dat de Nederlandse procedures niet tussen dezelfde partijen waren gevoerd, maar het hof stelde vast dat de vader steeds als belanghebbende was betrokken. De grieven faalden en de rechtbankbeslissing werd bekrachtigd. De moeder werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, vastgesteld op € 3.811,83, omdat zij de erkenningsprocedure onnodig had gevoerd.
Uitkomst: De Nigeriaanse beslissing wordt niet erkend en de moeder wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.