ECLI:NL:GHARL:2021:1572
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing ontnemingsvordering
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland die de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel had afgewezen. Het gerechtshof heeft het onderzoek verricht naar aanleiding van de terechtzitting van 4 februari 2021 en kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.
Op grond van artikel 511g Sv en artikel 404 Sv Pro oordeelt het hof dat een afwijzing van een ontnemingsvordering gelijkstaat aan een vrijspraak, waartegen geen hoger beroep openstaat. Tevens heeft de verdediging verklaard dat het hoger beroep uitsluitend gericht was tegen de strafzaak en niet tegen de ontnemingszaak, waardoor de betrokkene geen belang heeft bij het hoger beroep in deze ontnemingszaak.
Daarom verklaart het gerechtshof de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering. Het arrest is uitgesproken op 18 februari 2021 door de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van de ontnemingsvordering.