ECLI:NL:GHARL:2021:11769
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dwang en vervaardiging seksuele afbeeldingen minderjarige
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Gelderland waarin verdachte werd veroordeeld voor het onder dwang doen vervaardigen en ontvangen van seksuele afbeeldingen van een minderjarige. De tenlastelegging betrof gedragingen tussen augustus en november 2018 waarbij verdachte zou hebben gedreigd met verspreiding van vertrouwelijke informatie om de minderjarige aan te zetten tot het sturen van naaktfoto's en -filmpjes.
Tijdens de terechtzitting heeft het hof het dossier onderzocht, waaronder chatberichten via SnapChat en Facetime. Het hof constateerde dat er geen enkele afbeelding in het dossier aanwezig was die aantoont dat aangeefster onder dwang beelden naar verdachte heeft gestuurd. De chatberichten bevatten wel verzoeken om foto's, maar tonen geen bewijs van dwang. Bovendien kwam de verklaring van de getuige uit dezelfde bron als die van aangeefster, waardoor deze geen onafhankelijke bewijsgrond vormde.
Het hof oordeelde dat het bewijs niet voldeed aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Wetboek van Strafvordering. De verklaringen van aangeefster werden onvoldoende ondersteund door ander bewijsmateriaal. Daarom sprak het hof verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd eveneens afgewezen omdat de tenlastelegging niet bewezen was.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en deed opnieuw recht door verdachte vrij te spreken en de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor dwang en vervaardiging van seksuele afbeeldingen van een minderjarige.