Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
verder te noemen: de vrouw,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
Ik heb in gesprekken met beiden gezegd dat er een nieuwe situatie was. Er bleef staan dat er een nieuwe manier moest worden gevonden om een miljoen liquide te maken. Dat heb ik met hen allebei apart besproken. Ik heb gezegd dat zij een netwerk hadden om dat te verzorgen. Dat zijn zij gaan proberen. Bij een poging om dat te doen was ik betrokken, een gezamenlijke vriend van hen zou daar aan meewerken. Ik was er bij toen [verzoeker] een brief aan deze vriend schreef. Het ging om een overbruggingskrediet. Dat was in oktober 2017. Dat is uiteindelijk niet doorgegaan. Die vriend was [naam2] . Begin januari 2018 was er weer een mogelijkheid. Die mogelijkheid liep weer via [verweerster] en haar omgeving, dat zou [naam3] zijn die daartoe bereid was. Hij was bereid een lening te verstrekken aan [verzoeker] zodat een miljoen beschikbaar werd, met een bepaalde rente. Ik hoorde dat van alle kanten. Ook van [verzoeker] en [verweerster] . Die lening is ook niet doorgegaan.
de manonder meer het volgende verklaard:
- en maakt deze geloofwaardig - dat de man en de vrouw op 23 februari 2018 mondeling overeenstemming bereikten over de wijze waarop de man de 1 miljoen euro aan de vrouw ter beschikking zou stellen voor huisvesting van haar en de kinderen. Deze overeenstemming blijkt ook voldoende uit de drie mails van de man van 26 februari 2018, 28 februari 2018 en 1 maart 2018 aan [getuige2] . De vrouw heeft verder met goedvinden van de man de afspraken over deze constructie voor de 1 miljoen euro ook genoteerd op het onder 2.6.6. vermelde blaadje waarop de afspraken die partijen op die dag met elkaar maakten zouden worden genoteerd. Ook de tekst op dit papiertje geeft steun aan de verklaring van de vrouw.
3.De slotsom
4.De beslissing
18 december 2015, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, ten aanzien van de beslissingen in het dictum onder 5.2 en 5.3;