ECLI:NL:GHARL:2021:11141
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijkheid beroep tegen verkeersboete wegens te late indiening
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een verkeersboete wegens een roodlichtovertreding. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Het hof vernietigt deze beslissing omdat de betrokkene onvoldoende in een begrijpelijke taal was geïnformeerd over de beroepstermijn, waardoor het te late beroep hem niet kan worden toegerekend.
Het hof beoordeelt vervolgens het beroep zelf en oordeelt dat het beroepschrift tegen de inleidende beschikking ook te laat is ontvangen. De betrokkene had het beroepschrift aangetekend vanuit het buitenland op de laatste dag van de termijn verzonden, maar dit was onvoldoende om de termijnoverschrijding niet aan hem toe te rekenen. Hierdoor is het beroep tegen de inleidende beschikking terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond en wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af omdat de Wahv deze niet kent. Tevens benadrukt het hof dat het Nederlandse recht van toepassing is op verkeershandhaving, ongeacht de nationaliteit van de kentekenhouder of bestuurder.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond wegens overschrijding van de beroepstermijn.