Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[appellant1] ,
[appellant2],
[appellant3],
[appellant4],
1.De procedure bij de kantonrechter
2.De procedure in hoger beroep
3.De motivering van de beslissing
4.De beslissing
16 november 2021.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De werknemers waren in dienst bij Enrichment Technology Nederland B.V. (ETNL) en stelden dat zij medische klachten hadden opgelopen door het niet naleven van de zorgplicht door ETNL. Zij vorderden schadevergoeding op grond van artikel 7:658 BW Pro. De kantonrechter oordeelde in een tussenvonnis over de bewijslastverdeling en de verdere procedure, maar nam geen beslissing die een einde maakte aan het geschil.
De werknemers verzochten om tussentijds hoger beroep tegen dit vonnis, maar dit werd door de kantonrechter geweigerd. Desondanks stelden zij hoger beroep in zonder toestemming, waarop ETNL betoogde dat zij niet-ontvankelijk moesten worden verklaard.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 337 lid 2 Rv Pro tussentijds hoger beroep slechts mogelijk is met toestemming van de rechter of indien het vonnis een deelvonnis betreft. Aangezien het vonnis een zuiver tussenvonnis was zonder einduitspraakcomponent, was het hoger beroep niet-ontvankelijk. De werknemers werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, inclusief griffierecht, advocaatkosten en nakosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het tussentijds hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt de werknemers in de kosten van het hoger beroep.