Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
[de minderjarige1], geboren [in] 2016, en
[de minderjarige2], geboren [in] 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft twee jonge kinderen, geboren in 2016 en 2017, die sinds 2019 onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI) vanwege ernstige zorgen over hun opvoedingssituatie. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, maar de moeder kampt met emotionele instabiliteit en de vader heeft een periode in voorlopige hechtenis gezeten. De kinderen verblijven sinds eind 2020 structureel om de week in een netwerkpleeggezin, waar zij zichtbaar tot rust komen.
De moeder heeft in hoger beroep verzocht om vernietiging van de uithuisplaatsing en wijziging van de omgangsregeling, zodat de kinderen meer bij haar zouden verblijven. Het hof oordeelt dat de kinderrechter terecht een machtiging tot uithuisplaatsing heeft verleend, gezien de langdurige problematiek en het belang van stabiliteit voor de kinderen. De moeder kan niet zelfstandig bepalen hoe vaak de kinderen elders verblijven vanwege de ondertoezichtstelling.
De zorgregeling waarbij de kinderen om de week bij de moeder, vader en het netwerkpleeggezin verblijven wordt gehandhaafd. Het hof benadrukt dat de GI een toezichthoudende rol heeft en dat het belang van de kinderen voorop staat. De moeder wordt aangemoedigd mee te werken aan een ouderschapsbeoordeling om het perspectief voor de kinderen te verbeteren. De beschikking van de kinderrechter wordt bekrachtigd en het beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing en wijst het beroep van de moeder af.