Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kinderen van de vader en moeder zijn op 8 juli 2020 met spoed uit huis geplaatst vanwege zorgen over de opvoedingssituatie. De vader stelde hoger beroep in tegen de uithuisplaatsingsmachtiging van 21 juli 2020. Tijdens de procedure gaf de vader aan zich neer te leggen bij de uithuisplaatsing van het oudste kind, waardoor het hoger beroep alleen betrekking had op het jongste kind.
Het hof overwoog dat op grond van artikel 1:265b lid 1 BW een uithuisplaatsing kan worden verleend indien dit noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De vader erkende dat het destijds niet goed ging met hem en de kinderen, maar stelde dat zijn situatie inmiddels verbeterd is. Hij volgde een emotie-regulatie training en kon hulp vragen bij zijn begeleiding.
Het hof stelde echter vast dat er nog onvoldoende inzicht is in de pedagogische mogelijkheden van de vader en of hij in staat is het jongste kind te bieden wat nodig is voor een leeftijdsadequate ontwikkeling. Gezien de problematiek van het kind, waaronder gedragsproblemen en eerdere verwaarlozing, acht het hof een uithuisplaatsing noodzakelijk. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter tot uithuisplaatsing van het jongste kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van het jongste kind wegens onvoldoende pedagogische mogelijkheden van de vader.