ECLI:NL:GHARL:2020:9901

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
30 november 2020
Publicatiedatum
30 november 2020
Zaaknummer
200.284.688
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 lid 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging faillissement A50 Transport wegens betalingsonmacht en ontbreken bewijs financiële middelen

A50 Transport is door de rechtbank Gelderland in staat van faillissement verklaard op verzoek van de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg en de Stichting Opleidings- en ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen. Het faillissement werd ingesteld omdat A50 Transport meerdere schuldeisers onbetaald liet en niet kon aantonen over voldoende middelen te beschikken om haar schulden te voldoen.

In hoger beroep verzocht A50 Transport het vonnis te vernietigen of het hoger beroep aan te houden om alsnog de vorderingen te voldoen. Het hof nam kennis van de stukken en hield een mondelinge behandeling waarbij de algemeen directeur van A50 Transport en de advocaten van partijen verschenen.

Het hof oordeelde dat het pluraliteitsvereiste was voldaan, aangezien meerdere schuldeisers onbetaald waren, waaronder de belastingdienst en Wensink Lease B.V. Tevens ontbrak het aan bewijs dat A50 Transport over voldoende middelen beschikte of dat zij betalingsregelingen met waarborgen had getroffen. Het kort verleende uitstel had niet geleid tot beschikbaarheid van financiële middelen.

Daarom werd het faillissement bekrachtigd en het verzoek van A50 Transport afgewezen. Het vonnis van de rechtbank Gelderland bleef daarmee in stand.

Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt het faillissement van A50 Transport wegens het ontbreken van bewijs voor voldoende financiële middelen en betalingsonmacht.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof: 200.284.688
(insolventienummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen: C/05/20/356 F)
arrest van 30 november 2020
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
A50 Transport B.V.,
gevestigd te Arnhem,
appellante, hierna: A50 Transport,
advocaat: mr. E. Gürcan,
tegen

1.de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg,en

2.
de Stichting Opleidings- en ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de weg en verhuur van mobiele kranen,
beide gevestigd te Amsterdam,
geïntimeerden, hierna: de Stichtingen,
advocaat: mr. J.A. Trimbach.

1.Het geding in eerste aanleg

Bij vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 oktober 2020 is
A50 Transport, op verzoek van de Stichtingen, in staat van faillissement verklaard. Hierbij is tot curator aangesteld mr. S.J.B. Drijber te Velp. Het hof verwijst naar dat vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Bij ter griffie van het hof op 21 oktober 2020 ingekomen verzoekschrift is A50 Transport in hoger beroep gekomen van het vonnis van 13 oktober 2020. A50 Transport verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en, opnieuw recht doende, het verzoek tot faillietverklaring van haar af te wijzen, dan wel (de beslissing op) het hoger beroep aan te houden tot een nader te bepalen redelijke termijn om haar in de gelegenheid te stellen alsnog binnen die (te bepalen) termijn de vorderingen van de Stichtingen te voldoen.
2.2
Het hof heeft kennisgenomen van het verzoekschrift met bijlagen, de brief met bijlagen van 9 november 2020 van mr. Trimbach en de brief met bijlagen van 12 november 2020 van de curator.
2.3 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 november 2020. Hierbij is namens A50 Transport verschenen [A] , algemeen directeur sinds 4 december 2019, bijgestaan door mr. Gürcan. Namens de Stichtingen is mr. Trimbach verschenen. Voorts is namens de curator mr. A.H. Brosens-Samson verschenen.

3.De motivering van de beslissing in hoger beroep

3.1
De rechtbank heeft A50 Transport in staat van faillissement verklaard, omdat summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van de Stichtingen en A50 Transport in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen.
3.2
Het hof oordeelt als volgt.
Een faillietverklaring kan worden uitgesproken indien summierlijk is gebleken van een ten tijde van de faillietverklaring bestaand vorderingsrecht van de aanvrager en ook van het (op dit moment) bestaan van feiten en omstandigheden waaruit volgt dat de schuldenaar verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen.
Dat de schuldenaar meer schuldeisers heeft is een noodzakelijke, maar niet een voldoende voorwaarde voor het aannemen van de hiervoor bedoelde toestand (het pluraliteitsvereiste). Ook als aan het pluraliteitsvereiste is voldaan, moet worden onderzocht of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen.
3.3
Dat de Stichtingen een vorderingsrecht hebben en dat A50 Transport meerdere schuldeisers (ook de belastingdienst voor een bedrag van € 139.517 aan loonheffingen, vennootschapsbelasting en btw, en Wensink Lease B.V. voor een bedrag van € 27.200,92) onbetaald laat wordt erkend en staat tussen partijen vast. Tegen dat oordeel van de rechtbank is ook geen grief gericht.
3.4
Tot slot oordeelt het hof dat er geen aanknopingspunten zijn voor de stelling van A50 Transport dat zij over voldoende middelen beschikt om haar schulden aan de Stichtingen en de faillissementskosten (waaronder het salaris van de curator) te voldoen en dat zij betalingsregelingen heeft getroffen voor de schulden aan de belastingdienst en Wensink Lease B.V. Daaruit volgt dat A50 Transport in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Ook het ter mondelinge behandeling door het hof aan A50 Transport verleende korte uitstel heeft er niet toe geleid dat de benodigde financiële middelen beschikbaar zijn gekomen. Evenmin heeft A50 Transport bewijzen overgelegd van de gestelde betalingsregelingen met de daarbij door het hof verzochte waarborgen dat die regelingen ook door haar kunnen worden nagekomen.
3.5
Op grond van het voorgaande zal het hof het vonnis van 13 oktober 2020 bekrachtigen.

4.De beslissing

Het hof, recht doende in hoger beroep:
bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 13 oktober 2020.
Dit arrest is gewezen door mrs. B.J. Engberts, D.M.I. de Waele en H.M.L. Dings, en is op
30 november 2020 in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.