ECLI:NL:GHARL:2020:9846
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling medeplegen opzettelijk aanwezig hebben hennepplanten in woning
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 214 hennepplanten in de kelder van haar woning, terwijl zij werd vrijgesproken van medeplegen van diefstal van elektriciteit. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraak van het medeplegen van diefstal van elektriciteit en bevestigde het vonnis voor zover het medeplegen van het aanwezig hebben van hennep betreft. Het hof oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanwezigheid van de hennepkwekerij heeft geaccepteerd en dat zij beschikkingsmacht over de hennepplanten had, ondanks dat zij mogelijk ruzie had met haar echtgenoot over de kwekerij.
De bewijsvoering werd aangevuld met verklaringen van verdachte en haar echtgenoot, waaruit bleek dat zij samen eigenaar waren van de woning en dat de kwekerij al sinds december 2015 bestond. De strafoplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 120 uren werd als passend en noodzakelijk beoordeeld om herhaling te voorkomen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 120 uren wegens medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten.