ECLI:NL:GHARL:2020:9133
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel in hoger beroep
In deze ontnemingszaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis waarbij betrokkene was veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en diefstal door meerdere personen met braak.
De officier van justitie vorderde ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel van €30.000. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft het hof de stukken en de standpunten van betrokkene en zijn raadsvrouw in overweging genomen.
Het hof oordeelde dat niet aannemelijk is geworden dat de bewezen strafbare feiten of andere strafbare feiten hebben geleid tot wederrechtelijk voordeel voor betrokkene. Daarom wees het hof de vordering tot ontneming af.
Het arrest is gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en op 6 november 2020 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wordt afgewezen.