Uitspraak
1.[appellant] ,
[appellanten] c.s.,
de VvE,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Appellanten zijn eigenaars van een appartement in een woonzorgcomplex met een verwarmingsinstallatie waarvan de ketelwatertemperatuur in 2014 werd verlaagd om stookkosten te besparen. In een ledenvergadering van de VvE in februari 2018 werd een voorstel om de temperatuur weer te verhogen naar 90˚ Celsius met meerderheid van stemmen verworpen.
Appellanten vorderden in eerste aanleg onder meer dat de VvE werd veroordeeld tot het verhogen van de ketelwatertemperatuur en tot schadevergoeding wegens hogere stookkosten. De rechtbank wees deze vorderingen af omdat appellanten niet binnen de wettelijke termijn vernietiging van het besluit hadden gevraagd.
In hoger beroep betoogden appellanten dat het bestuur bevoegd was de temperatuur te verhogen zonder ledenvergadering, maar het hof oordeelde dat de verhoging geen onderhoudsbesluit is en dus een bevoegdheid van de ledenvergadering. Het besluit van 2018 is daarmee bevoegd genomen en bindend, mede omdat appellanten niet tijdig vernietiging hebben gevraagd.
De vordering tot schadevergoeding faalt omdat appellanten de verlaging van de temperatuur sinds 2014 niet hebben bestreden en geen rechtsgrond voor schadevergoeding is gebleken. Het hof wijst het bewijsaanbod af en bekrachtigt het vonnis van de rechtbank, waarbij appellanten in de kosten van het hoger beroep worden veroordeeld.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat het besluit van de VvE om de ketelwatertemperatuur niet te verhogen bindend is en wijst de vorderingen van appellanten af.