ECLI:NL:GHARL:2020:775
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- R. Prakke-Nieuwenhuizen
- C.J.H.G. Bronzwaer
- S.C.P. Giesen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing incidentele schorsing uitvoerbaarverklaring bij voorraad in civiele zaak over verrekening kosten huishouding
In deze civiele zaak stond de incidentele vordering van de man centraal om de tenuitvoerlegging van een vonnis tot betaling van €7.356,84 te schorsen. Het vonnis betrof de verrekening van kosten van huishouding over een bepaalde periode. De man voerde aan dat na het vonnis nieuwe inkomensgegevens beschikbaar kwamen waaruit bleek dat hij een negatief inkomen had en geen vermogen om aan de betalingsverplichting te voldoen, waardoor schorsing gerechtvaardigd zou zijn.
De vrouw betwistte dit en verwees naar de gemotiveerde uitvoerbaarverklaring bij voorraad in het vonnis, waarbij volgens haar alleen nieuwe feiten die na het vonnis zijn ontstaan een reden kunnen zijn voor schorsing. Het hof verwees naar de recente jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2019:2026) en benadrukte dat de kans van slagen van het hoger beroep buiten beschouwing blijft, tenzij sprake is van een kennelijke misslag.
Het hof oordeelde dat de nieuwe inkomensgegevens een inhoudelijke beoordeling van de oorspronkelijke vorderingen vereisen, wat in deze fase niet aan de orde is. Ook was er geen sprake van een kennelijke misslag. Daarom werd de vordering tot schorsing afgewezen en werd de man veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere roldatum voor verdere behandeling.
Uitkomst: De vordering tot schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt afgewezen en de man wordt veroordeeld in de kosten van het incident.