Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep ,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen en oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit. De kinderen wonen bij de moeder. Na een ernstig incident in januari 2019 is de verstandhouding tussen de ouders ernstig verstoord en is het contact tussen vader en kinderen verbroken. De voorzieningenrechter legde op 16 juli 2019 een straat- en contactverbod op aan de vader, met een dwangsom bij overtreding.
De vader ging in hoger beroep tegen deze beschikking en stelde zes grieven, waaronder dat het verzoek van de moeder niet aan de wettelijke eisen voldeed en onvoldoende samenhing met de hoofdzaak over gezag, hoofdverblijf en zorgregeling. De moeder stelde dat er geen belang meer was bij het hoger beroep omdat een soortgelijke beschikking was uitgesproken op 16 oktober 2019.
Het hof oordeelde dat het verzoek van de moeder niet was gedaan in een daartoe geëigende procedure en niet voldeed aan de eisen van artikel 223 lid 1 en Pro 2 Rv. Bovendien was de vader niet gehoord over dit verzoek. Het hof vernietigde daarom de beschikking van 16 juli 2019 en compenseerde de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het straat- en contactverbod omdat het verzoek niet voldoet aan de wettelijke eisen en compenseert de proceskosten.