ECLI:NL:GHARL:2020:6874
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontruiming wegens ontbreken onderhuurovereenkomst en huurbescherming
In deze zaak vordert appellant vernietiging van het vonnis van de kantonrechter dat hem tot ontruiming van een woning veroordeelde. Appellant woonde in de woning nadat de huurder, met wie hij een relatie had, was vertrokken en de huur was opgezegd. Hij stelde dat er sprake was van een voortzetting van de onderhuurovereenkomst en dat hij daardoor huurbescherming genoot.
Het hof oordeelde dat er geen sprake was van een onderhuurovereenkomst tussen appellant en de vertrokken huurder. Betalingen van huur door appellant aan de huurder werden gezien als een afspraak over de draagplicht van kosten binnen de gezamenlijke huishouding, niet als een huurovereenkomst. Hierdoor kon appellant geen beroep doen op huurbescherming.
Het hof bevestigde dat appellant zonder recht of titel in de woning verbleef na de beëindiging van de huurovereenkomst tussen de eigenaar en de huurder. De gevorderde ontruiming werd dan ook terecht toegewezen. Tevens werd appellant veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis tot ontruiming van appellant en veroordeelt hem in de kosten van het hoger beroep.