Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2020:6797

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
13 februari 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
TBS P19/0362
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Heropening en schorsing van behandeling TBS-maatregel met opdracht tot reclasseringsrapportage

De zaak betreft het hoger beroep van een terbeschikkinggestelde tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland tot hervatting van de verpleging van overheidswege. Het hof heeft op 30 januari 2020 de terbeschikkinggestelde, zijn raadsman, de advocaat-generaal en een reclasseringsdeskundige gehoord.

De terbeschikkinggestelde en zijn raadsman stelden dat onvoldoende duidelijk is wat de mogelijkheden zijn om de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging voort te zetten, mede omdat eerdere verdenkingen van nieuwe strafbare feiten deels zijn komen te vervallen. De advocaat-generaal concludeerde primair tot aanhouding van de zaak voor nader onderzoek door de reclassering, subsidiair tot bevestiging van de rechtbank.

Het hof oordeelde dat het op basis van de huidige informatie onvoldoende is voorgelicht om te beslissen en acht nader onderzoek door de reclassering noodzakelijk. De reclassering dient te rapporteren over de mogelijkheden van voortzetting van het reclasseringstoezicht en eventuele aanpassing van voorwaarden, inclusief de noodzaak van klinische behandeling en passend vervolgtraject.

Daarom heeft het hof de behandeling heropend, het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, met een maximale duur van drie maanden, en iedere verdere beslissing aangehouden. De terbeschikkinggestelde en de reclasseringsmedewerker worden opgeroepen voor een nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De behandeling wordt heropend en het onderzoek geschorst voor maximaal drie maanden voor nader reclasseringsonderzoek.

Uitspraak

TBS P19/0362
Tussenbeslissing d.d. 13 februari 2020
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[naam terbeschikkinggestelde],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1979,
verblijvende in [detentie] .
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 3 oktober 2019, houdende toewijzing van de vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
- de vordering van de officier van justitie van 5 augustus 2019;
- de rapportage Pro Justitia, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater, van 30 augustus 2019;
- het advies van GGZ Reclassering Limburg van 17 september 2019;
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van beroep van de terbeschikkinggestelde van 11 oktober 2019;
- het advies van GGZ Reclassering Limburg (ten behoeve van de verlenging van de maatregel) van 10 oktober 2019;
- de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Leeuwarden, van 12 december 2019 (strekkende tot verlenging van de maatregel met een jaar);
- een Uittreksel Justitiële Documentatie betreffende de terbeschikkinggestelde van 31 december 2019;
- een e-mailbericht van A.W.P. Menten, als reclasseringswerker werkzaam bij GGZ Reclassering Limburg, van 6 januari 2020;
- de e-mailberichten van de raadsman van 9 en 10 januari 2020;
Het hof heeft ter zitting van 30 januari 2020 gehoord de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.R. Ytsma, advocaat te Haarlem, de advocaat-generaal mr. W.C.J. Stienen. Tevens is als deskundige gehoord A.W.P..D. Menten, reclasseringswerker, werkzaam bij GGZ Reclassering Limburg.

Overwegingen:

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde en zijn raadsman
Op dit moment is het hof onvoldoende voorgelicht over de mogelijkheden en onmogelijkheden van het voorzetten van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. In 2017 gaven de deskundigen al aan dat verdere intramurale behandeling geen meerwaarde meer heeft. Van de nieuwe strafbare feiten zijn de verdenking van mensenhandel en wederrechtelijke vrijheidsberoving al van de baan. Het is mogelijk dat ook de resterende feiten geseponeerd worden.
De raadsman heeft verzocht om aanhouding van de zaak teneinde de reclassering nader onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van het voortduren van de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden. Indien nodig is de terbeschikkinggestelde bereid om mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek.
Het standpunt van het openbaar ministerie
In beginsel is het enkele feit dat de terbeschikkinggestelde van nieuwe strafbare feiten wordt verdacht voldoende om de verpleging van overheidswege te doen hervatten. Een resocialisatietraject is bij de terbeschikkinggestelde echter een kwestie van vallen en opstaan. Bovendien is van de nieuwe verdenkingen niet veel overgebleven. Het is zelfs mogelijk dat de zaak volledig wordt geseponeerd. In dat geval blijft er niets over van de reden waarom vorig jaar de verpleging van overheidswege voorlopig is hervat. Nader onderzoek naar de mogelijkheden van het voortduren van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is daarom noodzakelijk. Primair heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot aanhouding van de zaak teneinde de reclassering nader onderzoek te laten doen naar de mogelijkheden van het voortduren van de voorwaardelijke beëindiging. Subsidiair heeft de advocaat-generaal geconcludeerd tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Bij de beraadslaging in raadkamer is gebleken dat het hof zich op basis van de voorhanden zijnde informatie onvoldoende acht voorgelicht om te kunnen oordelen op het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de reclassering en de ter zitting in hoger beroep gehoorde deskundige nog mogelijkheden zien om de terbeschikkinggestelde verder te behandelen en begeleiden in het kader van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Verder heeft de terbeschikkinggestelde ter zitting aangegeven dat hij bereid is mee te werken aan een behandeling in een klinische setting in dat kader.
Voor de vorming van zijn eindoordeel acht het hof het noodzakelijk nader te worden geïnformeerd door de reclassering over de (on)mogelijkheden van voortzetting van (het reclasseringstoezicht in het kader van) een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, eventueel met aanpassing van de voorwaarden. In deze rapportage dient onder meer te worden ingegaan op de noodzaak van een klinische behandeling en het aansluitende, passende vervolgtraject. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de terbeschikkinggestelde gebaat is bij meer structuur, begeleiding en intensiever toezicht. Ook hieraan dient de reclassering in haar rapportage aandacht te besteden.
Het hof zal daartoe het onderzoek heropenen, het onderzoek voor onbepaalde tijd schorsen en ieder verdere beslissing aanhouden.

Tussenbeslissing

Het hof:
Heropentde behandeling van de behandeling met voormeld doel en schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd voor een periode niet langer dan drie maanden.
Steltde stukken in handen van de advocaat-generaal met voormeld doel;
Beveeltoproeping van de terbeschikkinggestelde tegen het nog nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving hiervan aan de raadsman.
Beveeltde oproeping van de reclasseringsmedewerker die de gevraagde rapportage zal opstellen, tegen dat nog nader te bepalen tijdstip.
Houdtiedere verdere beslissing aan.
Aldus gedaan door
mr. E.A.K.G. Ruys als voorzitter,
mr. M.E. van Wees en mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen als raadsheren,
en drs. I.M. van Woudenberg en dr. R.A. Graaff als raden,
in tegenwoordigheid van mr. C.M.M. van der Waerden als griffier,
en op 13 februari 2020 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.