Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de man, na verkoop van zijn pizzeria, nog draagkracht heeft voor het betalen van kinderalimentatie en of de omgangsregeling met zijn minderjarige kinderen gewijzigd moet worden.
De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €99 per kind per maand en de omgangsregeling ongewijzigd gelaten. De man stelde in hoger beroep dat zijn draagkracht nihil is omdat hij leeft van de opbrengst van de verkoop en geen uitkering ontvangt. De vrouw betwistte dit en wilde een ruimere omgangsregeling.
Het hof overwoog dat het inkomensverlies van de man niet voor herstel vatbaar is vanwege zijn psychische en fysieke klachten, waaronder een burn-out. Het hof achtte het niet verwijtbaar dat hij zijn pizzeria verkocht. De man kan nog uit zijn vermogen de alimentatie voldoen, waardoor het verzoek om de alimentatie op nihil te stellen werd afgewezen.
Ten aanzien van de omgangsregeling handhaafde het hof de bestaande regeling, maar bepaalde dat het halen en brengen tussen partijen wordt verdeeld, waarbij de vrouw het kind bij aanvang brengt en de man het na afloop ophaalt. Het hof benadrukte het belang van goede communicatie en investeringen in de onderlinge relatie.
De beschikking van de rechtbank werd in zoverre bekrachtigd en het verzoek tot wijziging van de omgangsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de man af om de kinderalimentatie op nihil te stellen en bekrachtigt de bestaande alimentatie- en omgangsregeling met aangepaste haal- en brengverdeling.