ECLI:NL:GHARL:2020:585
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheer in artikel 12 Sv-procedure
Verzoeker, klager in een artikel 12 Sv Pro-procedure, verzocht om wraking van raadsheer mr. L.G. Wijma wegens vermeende vooringenomenheid en onjuiste procedurele beslissingen tijdens een raadkamerzitting.
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker ontvankelijk is in zijn verzoek, hoewel artikel 512 Sv Pro dit niet expliciet regelt voor klagers in artikel 12 Sv Pro-procedures. De beoordeling richt zich op de vraag of de raadsheer onpartijdig is en of de genomen beslissingen zo onbegrijpelijk zijn dat alleen vooringenomenheid als motief kan gelden.
Hoewel mr. Wijma erkent een procedurefout te hebben gemaakt door verzoeker niet toe te staan zich te laten bijstaan door zijn raadsman in raadkamer, is dit volgens de wrakingskamer geen grond voor wraking. De vermeende vooringenomenheid uit opmerkingen en vragen van mr. Wijma wordt niet objectief gerechtvaardigd geacht.
De wrakingskamer beveelt aan dat de klacht van verzoeker opnieuw in raadkamer wordt behandeld, bij voorkeur door een ander lid van het hof, om een volledige en zorgvuldige behandeling te waarborgen.
Het verzoek tot wraking wordt uiteindelijk afgewezen, waarbij de onpartijdigheid van mr. Wijma wordt bevestigd ondanks de procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van raadsheer mr. Wijma wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.