Uitspraak
1.De procedure in eerste aanleg
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.Het geschil
5.De overwegingen voor de beslissing
indien de echtgenoot, die een bruidsschat verschuldigd is aan de echtgenote, geen contant geld bezit of eigendommen [bezittingen / goederen / huisraad] heeft die meer is dan zijn levensbehoeften, dient hij, met inachtneming van zijn maandelijkse inkomsten, een geldbedrag, op termijn, voor een lange termijn, aan de echtgenote te betalen', alsmede dat '
dit moet geschieden op zo’n manier dat er geen ernstige schade aan het proces van het leven van de echtgenoot wordt aangebracht”. De man heeft vervolgens geen feiten en omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat deze beoordelingscriteria onjuist zijn. Nu de vrouw ook geen wezenlijk andere uitgangspunten heeft aangegeven, zal het hof daarvan uitgaan.