Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.De procedure bij de rechtbank
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
4.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
5.De beslissing in hoger beroep en de motivering
‘De oudste raadsheer vraagt mij van wie de 100.000 euro was. Dat was deels van [B] , Er en het erfgoed van mijn vader. [B] is een neef van mij (…).’[B] is in de strafzaak als getuige gehoord en heeft de lezing van [appellant] bevestigd. Verder heeft [appellant] tijdens de behandeling van de strafzaak nog verklaard:
‘Ik ben al vijf jaar bezig met deze zaak. Ik kan er niet meer tegen. Mijn neef heeft ook schulden. Ik moet het geld terug betalen.’