Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
30 juni 2020
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning te [Z] waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2016 voor het jaar 2017 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €596.000. Na bezwaar is deze waarde verlaagd tot €575.000, maar belanghebbende betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €508.000.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. In hoger beroep bevestigt het Hof deze uitspraak. Het Hof acht de door de heffingsambtenaar overgelegde taxatiematrix, gebaseerd op verkoopcijfers van vergelijkbare panden, voldoende aannemelijk om de WOZ-waarde van €575.000 te rechtvaardigen. De lagere verkoopprijs van een vergelijkbaar pand door belanghebbende aangevoerd, wordt door het Hof niet doorslaggevend geacht vanwege verschillen in oppervlakte, kavel en voorzieningen.
Belanghebbende voerde tevens het vertrouwensbeginsel aan vanwege een tijdelijk op de website gepubliceerd taxatieverslag met een lagere waarde van €508.000. Het Hof oordeelt echter dat dit verslag geen formele beschikking is en geen toezegging vormt waarop belanghebbende rechten kan baseren. Gezien de hogere vastgestelde waarde en de verkoopcijfers van vergelijkingsobjecten was het voor belanghebbende niet redelijk te verwachten dat de waarde €508.000 zou zijn.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt daarom. Het Hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen griffierecht vergoed en geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €575.000 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.