Uitspraak
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om voorlopige voorzieningen betreffende de toevertrouwing, omgang en vervangende toestemming voor onderzoek en behandeling van drie minderjarige kinderen. De vader verzocht om gezamenlijk gezag en toevertrouwing van de kinderen, terwijl de moeder de kinderen voorlopig aan haar wilde laten toevertrouwen en vervangende toestemming vroeg voor onderzoek en behandeling vanwege vermoedelijke trauma’s.
De rechtbank had de kinderen aan de moeder toevertrouwd en vervangende toestemming verleend voor inschrijving op school en medische zorg in haar woonomgeving, alsmede voor onderzoek en behandeling van de kinderen. De omgang tussen vader en kinderen werd voorlopig opgeschort. De vader kwam hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de huidige situatie in het belang van de kinderen ongewijzigd moet blijven en bevestigt de toevertrouwing aan de moeder. De vervangende toestemming voor inschrijving en onderzoek wordt bekrachtigd. Gezien de communicatieproblemen en de beschuldigingen van mishandeling door de moeder, die niet concreet zijn onderbouwd, acht het hof begeleide omgang noodzakelijk. Daarom wordt een omgangsregeling vastgesteld waarbij de vader eenmaal per twee weken 1,5 uur onder begeleiding contact heeft met de kinderen.
De kosten van de begeleiding worden gelijkelijk verdeeld en beide partijen moeten zich binnen een week aanmelden. Het hof wijst verder alle overige verzoeken af en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof wijzigt de voorlopige omgangsregeling en bepaalt begeleide omgang tussen vader en kinderen eenmaal per twee weken voor 1,5 uur, met kinderen voorlopig toevertrouwd aan de moeder.