ECLI:NL:GHARL:2020:4346

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
8 juni 2020
Publicatiedatum
8 juni 2020
Zaaknummer
Wahv 200.260.783/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Schuijlenburg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:18 AwbArt. 3 Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging bestuurlijke sanctie voor rijden door rood licht met vrachtwagen

De betrokkene, als kentekenhouder van een vrachtwagen, kreeg een bestuurlijke sanctie van €230 opgelegd wegens het niet stoppen voor een rood verkeerslicht op de S114 IJburglaan in Amsterdam op 4 november 2018. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat hij met lage snelheid door groen reed en betwistte dat de trekker door rood reed, mede omdat hij geen foto van de trekker had ontvangen.

Het hof oordeelde dat op grond van artikel 7:18 lid 4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht belanghebbenden recht hebben op inzage in stukken die nodig zijn om een boete te betwisten, waaronder het zaakoverzicht en een eventuele foto van de gedraging. De gemachtigde had echter geen expliciet verzoek gedaan om een foto toe te zenden.

De gedraging was vastgesteld met een lusdetector en vastgelegd op foto, waarop het rode verkeerslicht zichtbaar was toen de vrachtwagen met kenteken [YY-00-YY] het verkeerslicht passeerde. De snelheid van 41 km/u en de roodtijd van 2,4 seconden maakten duidelijk dat het verkeerslicht al op rood stond bij het passeren van de trekker.

Gezien de gegevens in het dossier kon worden vastgesteld dat de overtreding had plaatsgevonden, waardoor het hof de beslissing van de kantonrechter om het beroep ongegrond te verklaren bevestigde.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de boete van €230 voor rijden door rood licht met een vrachtwagen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.260.783/01
CJIB-nummer
: 221280437
Uitspraak d.d.
: 8 juni 2020
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Amsterdam van 2 mei 2019, betreffende

[de betrokkene] B.V. (hierna: de betrokkene),

gevestigd te [A] .
De gemachtigde van de betrokkene is [B] , wonende te [C] .

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 230,- voor: “niet stoppen voor rood licht: driekleurig verkeerslicht”. Deze gedraging zou zijn verricht op 4 november 2018 om 18.08 uur op de S114 IJburglaan in Amsterdam met het voertuig met het kenteken [YY-00-YY] .
2. De gemachtigde van de betrokkene was de bestuurder van de vrachtwagen met het kenteken [YY-00-YY] . De gemachtigde stelt zich op het standpunt dat hij met een lage snelheid door groen is gereden met een volgeladen vrachtwagen van ongeveer zestien meter. Tussen het voorste gedeelte van de vrachtwagen, de trekker, waar de gemachtigde zit en het achterste gedeelte van de combinatie zit ongeveer vijftien meter. De gemachtigde voert aan dat hij niet snel genoeg door groen is gereden. Er is volgens hem echter geen foto waarop te zien is dat de trekker door rood rijdt. De gemachtigde klaagt dat hij geen foto van de trekker heeft ontvangen van justitie, terwijl hij deze heeft opgevraagd.
3. Artikel 7:18, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voorziet specifiek voor belanghebbenden in een recht om hangende administratief beroep de op de zaak betrekking hebbende stukken op te vragen bij het beroepsorgaan. Het gaat daarbij om stukken die nodig zijn om een boete op basis daarvan aan te vechten (vgl. ABRvS 19 november 2014, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:RVS:2014:4129). Naar het oordeel van het hof moet in een zaak als deze daaronder worden begrepen het zaakoverzicht en een eventuele foto van de gedraging (vgl. het arrest van dit hof van 28 september 2015, te vinden op rechtspraak.nl onder ECLI:NL:GHARL:2015:7246).
4. De gemachtigde heeft bij brief van 23 februari 2019 beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie. In deze brief stelt de gemachtigde het volgende:
‘op de foto kunt u ook zien dat de trekker al midden op de kruising staat dus als ik door rood gereden zou zijn, wat ik niet gedaan heb, dan moet er een foto zijn waar te zien is dat de trekker met zijn voorwielen over de streep rijdt.’
5. Naar het oordeel van het hof kan in het bovenstaande geen verzoek aan de officier van justitie worden gelezen om een foto van de gedraging toe te sturen.
6. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daartoe aanleiding geeft.
7. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
‘De overtreding werd geautomatiseerd vastgesteld met een goedgekeurd snelheidsmeetmiddel bestaande uit een lusdetector in combinatie met een flitspaal.’
8. In het dossier bevindt zich verder een afdruk van een foto waarmee de gedraging is vastgelegd. De gedraging is vastgelegd door middel van lusdetectie in het wegdek. Het is het hof ambtshalve bekend dat de lusdetector door inductielussen in het wegdek wordt geactiveerd wanneer een voertuig bij rood licht de stopstreep passeert. Op de foto is te zien dat de verkeerslichten rood licht uitstralen en dat een vrachtwagen met het kenteken [YY-00-YY] zich, ter hoogte van het einde van de trekker, onder deze verkeerslichten bevindt. Uit de databalk onder de foto blijkt dat de roodtijd 2,4 seconden bedroeg. Als snelheid van het voertuig is 41 kilometer per uur vermeld.
9. Uit de foto blijkt dat het verkeerslicht rood licht uitstraalde toen het voertuig van de betrokkene het verkeerslicht passeerde. De snelheid van het voertuig is bovendien zodanig dat het niet anders kan zijn dat het verkeerslicht, in aanmerking genomen de roodtijd, reeds rood licht uitstraalde toen de gemachtigde het verkeerslicht met de voorzijde van de trekker passeerde. Op basis van de gegevens in het dossier kan derhalve worden vastgesteld dat de gedraging is verricht.
10. Gelet op het vorenstaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.

De beslissing

Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Schuijlenburg, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier en op een openbare zitting uitgesproken.
De griffier is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.