ECLI:NL:GHARL:2020:4313
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beslissing officier van justitie in bestuursstrafzaak
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die zijn beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. De gemachtigde van de betrokkene voerde aan dat het proces-verbaal van de zitting bij de kantonrechter niet volledig was, omdat het standpunt van de officier van justitie ontbrak.
Het hof stelde vast dat hoewel het proces-verbaal niet aan alle vereisten voldeed, dit geen nadeel voor de betrokkene opleverde omdat de kantonrechter ambtshalve tot niet-ontvankelijkheid had beslist. Hierdoor was het standpunt van de officier van justitie niet relevant voor het belang van de betrokkene.
Het hof verwierp het bezwaar en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Tevens wees het hof het verzoek om proceskostenvergoeding af omdat de betrokkene niet in het gelijk werd gesteld.
De uitspraak werd gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 5 juni 2020 en betreft een bestuursstrafrechtelijke procedure op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv).
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.