ECLI:NL:GHARL:2019:8307
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging kantonrechterbeslissing en ongegrondverklaring beroep tegen inleidende beschikking parkeren
De betrokkene maakte bezwaar tegen een administratieve sanctie van €90 wegens parkeren buiten een parkeervak op 8 januari 2016 in Amsterdam. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. In hoger beroep stelde de gemachtigde dat het proces-verbaal van de zitting niet voldeed omdat het standpunt van de officier van justitie ontbrak. Het hof oordeelde dat het proces-verbaal inderdaad niet aan de vereisten voldeed en vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter.
Het hof stelde vast dat de officier van justitie niet tijdig alle gevraagde stukken had verstrekt, wat een schending van de informatieplicht betekende. Daarom werd ook de beslissing van de officier van justitie vernietigd en werd het beroep tegen de inleidende beschikking zelf inhoudelijk beoordeeld. De betrokkene voerde aan dat sprake was van lossen in plaats van parkeren, maar dit werd onvoldoende concreet onderbouwd geacht.
Verder werd het verweer dat de ambtenaar niet bevoegd was om de sanctie op te leggen verworpen, evenals het argument dat de sanctie ten onrechte aan de kentekenhouder werd opgelegd. Het hof verklaarde het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissingen van de kantonrechter en officier van justitie, maar verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking parkeren ongegrond.