ECLI:NL:GHARL:2020:4248
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Schorsing behandeling hoger beroep in vuurwerkzaak in afwachting Hoge Raad uitspraak
In deze zaak is verdachte in hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Gelderland, waarin hij werd vervolgd voor het bezit en ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. De tenlasteleggingen zijn gebaseerd op artikel 1.2.2, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit.
De kern van het geschil betreft de uitleg van de verhouding tussen het eerste en het derde lid van artikel 1.2.2 van het Vuurwerkbesluit. Het derde lid richt zich op personen die geen gespecialiseerde kennis hebben, terwijl het eerste lid zich richt op fabrikanten, importeurs en distributeurs. De tenlasteleggingen in deze zaak bevatten niet het vereiste bestanddeel dat verdachte een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis is.
Het hof verwijst naar een eerder arrest van 22 oktober 2019 waarin werd geoordeeld dat het derde lid een systematische specialis is ten opzichte van het eerste lid. Omdat de Hoge Raad nog moet beslissen over het cassatieberoep dat tegen dat arrest is ingesteld, acht het hof het efficiënt om de behandeling van deze zaak op te schorten totdat de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan.
De zaak wordt heropend maar de behandeling wordt geschorst voor onbepaalde tijd. Verdachte zal worden opgeroepen voor een nieuwe terechtzitting na de uitspraak van de Hoge Raad. Deze tussenuitspraak is op 10 juni 2020 uitgesproken door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Behandeling hoger beroep geschorst voor onbepaalde tijd in afwachting van Hoge Raad uitspraak.