Appellante was door de rechtbank Gelderland failliet verklaard op verzoek van Pensioenfonds Vervoer vanwege niet betaalde pensioenpremies. In hoger beroep heeft appellante betoogd dat zij inmiddels haar schulden kan voldoen met haar inkomen en financiële steun van familieleden.
Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder de crediteurenlijst, betalingsbewijzen en garantstellingen van familieleden. Tevens is gebleken dat appellante een arbeidsovereenkomst heeft en haar maandelijkse inkomsten voldoende zijn om vaste lasten en schulden te betalen, mede door betalingsregelingen met schuldeisers.
Het hof concludeert dat appellante niet langer in de toestand verkeert van te hebben opgehouden te betalen. De belastingvorderingen zullen naar verwachting dalen door nog in te dienen aangiften en betalingsregelingen. Daarom wordt het vonnis van faillietverklaring vernietigd en het verzoek alsnog afgewezen. De faillissementskosten worden vastgesteld en ten laste van appellante gebracht.