Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimeerde2],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak stond centraal of appellant de contractuele boete verschuldigd was omdat hij de gekochte woning niet had afgenomen. Appellant voerde aan dat de koopovereenkomst niet ter hand was gesteld, waardoor hij binnen de bedenktijd van artikel 7:2 BW Pro had ontbonden. Het hof stelde vast dat de koopovereenkomst per e-mail op 3 december 2015 aan appellant was verzonden en ontvangen, mede op basis van de verklaring van de verkoopmakelaar en de mededeling van de notaris.
Het hof verwierp het verweer van appellant dat hij de overeenkomst niet had ontvangen en dat de bedenktijd van toepassing was. Vervolgens beoordeelde het hof het beroep op matiging van de contractuele boete op grond van artikel 6:94 BW Pro. Gelet op het ontbreken van inzicht in de schade van geïntimeerden, de mogelijke hogere verkoopprijs aan derden en de verslechterde financiële situatie van appellant, oordeelde het hof dat toepassing van de boete tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidde.
Daarom matigde het hof de boete van €34.000 naar €3.400, vermeerderd met wettelijke rente. Appellant werd veroordeeld tot betaling van dit bedrag en in de kosten van beide instanties. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De contractuele boete wordt gematigd tot €3.400 en appellant wordt veroordeeld tot betaling hiervan met rente en kosten.