Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep in beide zaken
3.De vaststaande feiten
4.De motivering van de beslissing in hoger beroep
5.De slotsom
€ 79,-
324,-
895,-
741,-
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De gemeente Borne legde beslag op €60.000,- contant geld in een kluis gehuurd door de ouders van appellanten, een bijstandsgerechtigd echtpaar. De gemeente trok de uitkering van de ouders in en vorderde een groot bedrag terug. De kinderen, appellanten, stelden dat het geld hun eigendom was, in bewaring gegeven aan hun ouders.
De rechtbank wees de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van eigendom door de kinderen, mede vanwege tegenstrijdige verklaringen. Het hof oordeelde anders en vond dat de kinderen voldoende hadden gesteld en bewezen dat het geld aan hen toebehoorde, mede gelet op culturele achtergrond en verklaringen over herkomst en verpakking van het geld.
Het hof verwierp het bewijsaanbod van de gemeente wegens gebrek aan specificatie en oordeelde dat de bewijsvermoedens uit BW niet van toepassing waren. Het hoger beroep slaagde, het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en de gemeente werd veroordeeld tot terugbetaling van het geld, incassokosten en proceskosten, vermeerderd met wettelijke rente.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de gemeente Borne tot terugbetaling van het contante geld aan de kinderen, vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.