ECLI:NL:GHARL:2020:2757

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
31 maart 2020
Publicatiedatum
6 april 2020
Zaaknummer
200.273.891/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 lid 4 BWArt. 1:253i lid 1 BWArt. 1:253a BWArt. 1:20 BW
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek tot voornaamswijziging kind wegens gebrek aan toestemming van beide gezagsdragers

De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de voornaam van een minderjarig kind, geboren in 2019, waarbij de ouders gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. De moeder had namens het kind een verzoek tot voornaamswijziging ingediend, maar dit verzoek werd niet gesteund door de vader.

De rechtbank had het verzoek van de moeder toegewezen, maar in hoger beroep stelde het hof vast dat de moeder niet bevoegd was het verzoek zelfstandig in te dienen zonder instemming van de vader, noch had zij vervangende toestemming gevraagd zoals vereist volgens artikel 1:253a BW. Hierdoor werd de moeder alsnog niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en droeg de griffier op om een afschrift van deze beschikking na drie maanden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand te zenden, conform artikel 1:20 BW Pro. De zaak werd zonder mondelinge behandeling op basis van de stukken afgedaan.

Uitkomst: De moeder wordt niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot wijziging van de voornaam van het kind wegens gebrek aan toestemming van de vader.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.273.891/01
(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 169622)
beschikking van 31 maart 2020
in de zaak van:
[verzoeker],
hierna ook te noemen: de vader,
[verzoekster],
hierna ook te noemen: de moeder,
beiden wonende te [A] ,
hierna gezamenlijk ook te noemen: de ouders,
verzoekers in hoger beroep,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.

1.1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van 13 november 2019, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2.Het geding in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het beroepschrift met productie(s) van 11 februari 2020;
- een journaalbericht van mr. Appelman van 20 februari 2020 met productie(s).
2.2
Uit de brief die is gevoegd bij het journaalbericht van mr. Appelman van 20 februari 2020 blijkt dat de ouders ermee akkoord zijn dat de zaak zonder mondelinge behandeling zal worden afgedaan op basis van de stukken in het dossier.

3.De feiten

3.1
Uit het huwelijk van de ouders is [in] 2019 een zoon geboren (hierna ook te noemen: de minderjarige). In de geboorteakte staat als naam van de minderjarige " [de minderjarige] " vermeld. De ouders zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag over de minderjarige.
3.2
Bij de bestreden beschikking heeft de rechtbank het (gewijzigde) verzoek tot voornaamswijziging van de minderjarige toegewezen en wijziging van zijn voornaam gelast in de voornaam " [voornaam] ", zodat zijn volledige naam wordt " [de minderjarige1] ". De griffier is opgedragen om een afschrift van de beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Smallingerland te zenden nadat een periode van drie maanden is verstreken na de dag van de beschikking.

4.De omvang van het geschil

De ouders zijn met één grief in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking. Zij verzoeken het hof de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Alkmaar (het hof begrijpt: locatie Leeuwarden) van 13 november 2019 te vernietigen en opnieuw beschikkende de moeder alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in het verzoek tot voornaamswijziging, althans om het verzoek af te wijzen.

5.De motivering van de beslissing

5.1
Op grond van artikel 1:4 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan wijziging van de voornamen op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijke vertegenwoordiger worden gelast door de rechtbank.
5.2
Artikel 1:253i lid 1 BW bepaalt dat wanneer sprake is van gezamenlijke gezagsuitoefening, de ouders het kind gezamenlijk vertegenwoordigen in burgerlijke handelingen, met dien verstande dat een ouder hiertoe alleen bevoegd is, mits niet van bezwaren van de andere ouder is gebleken.
5.3
In deze zaak is op grond van de overgelegde stukken, met name hetgeen
mr. Appelman daarover in het beroepschrift heeft verklaard, vast komen te staan dat het inleidend verzoekschrift tot voornaamswijziging, anders dan in dat verzoekschrift staat vermeld, niet op eenstemmig verzoek van de ouders door mr. Appelman is ingediend. Aan mr. Appelman is op 2 januari 2020, derhalve na de bestreden beschikking, gebleken dat de vader het niet eens was met het verzoek. Nu in hoger beroep vast is komen te staan dat sprake was van bezwaren van de vader, en de moeder geen vervangende toestemming ex artikel 1:253a BW heeft gevraagd, was de moeder niet bevoegd de minderjarige alleen te vertegenwoordigen met betrekking tot het verzoek tot voornaamswijziging. Het hof zal daarom de bestreden beschikking vernietigen en de moeder alsnog niet-ontvankelijk verklaren in het inleidend verzoek.
5.4
Op grond van artikel 1:20 aanhef Pro en onder a BW zal ook van de vernietiging van de bestreden beschikking een latere vermelding toegevoegd dienen te worden aan de akte van de burgerlijke stand.
5.5
Op grond van het vorenstaande zal het hof beslissen als na te melden.
6.
De beslissing
Het hof, beschikkende in hoger beroep:
vernietigt de beschikking van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, van
13 november 2019, en in zoverre opnieuw beschikkende:
verklaart de moeder niet-ontvankelijk in het inleidend verzoek tot wijziging van de voornaam van [de minderjarige] , geboren [in] 2019;
draagt de griffier van het hof op om een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Smallingerland te zenden nadat een periode van drie maanden is verstreken na de dag van deze beschikking.
Deze beschikking is gegeven door mrs. I.A. Vermeulen, J.G. Idsardi en E.B.E.M. Rikaart-Gerard, bijgestaan door mr. L.S. Veldmans als griffier, en is op 31 maart 2020 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.