Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
17 maart 2020nummer 07/005620111
[Z](hierna: belanghebbende)
1.Ontstaan en loop van het geding.
5.Proceskosten
6.Beslissing
17 maart 2020in het openbaar uitgesproken.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland, maar betaalde het verschuldigde griffierecht niet tijdig ondanks meerdere aanmaningen van de griffier. Het hof verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Belanghebbende tekende verzet aan tegen deze beslissing.
In het verzet stelde belanghebbende dat hij het griffierecht wel had betaald of bereid was alsnog te betalen. Het hof oordeelde dat uit de griffie-administratie bleek dat het griffierecht niet was betaald en dat belanghebbende dit niet aannemelijk had gemaakt met bijvoorbeeld een bankafschrift. Ook waren geen omstandigheden gesteld die het verzuim konden rechtvaardigen.
Het hof concludeerde dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht was en dat betaling na het verstrijken van de termijn niet tot een andere uitkomst kon leiden. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.