De veroordeelde is veroordeeld tot een ISD-maatregel, gericht op het terugdringen van recidive bij stelselmatige daders. Tijdens de intramurale fase heeft hij positieve resultaten behaald, zoals het volgen van onderwijs en het in kaart brengen van schulden, maar deze fase is nog niet afgerond. De extramurale fase, die ambulante begeleiding en behandeling omvat, moet nog starten.
De veroordeelde staat bekend als zorgmijder en heeft de ambulante behandeling voor zijn middelenproblematiek nog niet ondergaan. Ondanks stabiele huisvesting bij zijn moeder en familie, blijft het recidiverisico hoog. Intakegesprekken voor maatschappelijke opvang liepen stroef en leidden niet tot plaatsing, mede door zijn communicatiepatroon. De ISD-maatregel is volgens het hof niet zinloos, omdat voortijdige opheffing waarschijnlijk zal leiden tot overlast en verloedering.
De raadsman pleitte voor tussentijdse beëindiging, stellende dat de veroordeelde niet op straat zal komen te staan en familie hem zal ondersteunen. Het openbaar ministerie benadrukte dat het traject nog niet is afgerond en dat voortzetting noodzakelijk is. Het hof concludeert dat professionele begeleiding in een dwingend kader noodzakelijk blijft om het recidiverisico tot maatschappelijk aanvaardbaar niveau te brengen.
Daarom bevestigt het hof de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2020 tot voortzetting van de ISD-maatregel, met aanvullende motivering over de zorgmijdende houding en het belang van ambulante behandeling na de intramurale fase.