Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
Badkamerstudio Emmen,
1.[geïntimeerde1] , en
[geïntimeerde2],
[geïntimeerden] c.s.,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen sloten in 2017 een overeenkomst voor verbouwingswerkzaamheden aan de woning van geïntimeerden, waaronder badkamers, keuken en vloer. De werkzaamheden werden begin augustus 2017 gestart, maar liepen medio september 2017 vast vanwege een te hoge betonvloer en andere gebreken. Badkamerstudio Emmen gaf aan de werkzaamheden niet te zullen hervatten.
Geïntimeerden vorderden bij de kantonrechter schadevergoeding wegens gebrekkig werk, terwijl Badkamerstudio Emmen betaling eiste voor uitgevoerde en bestelde werkzaamheden. De kantonrechter wees de vorderingen grotendeels toe in conventie en deels in reconventie. Badkamerstudio Emmen ging in hoger beroep, maar werd op 11 augustus 2020 failliet verklaard.
De curator nam de procedure in hoger beroep niet over voor de vordering in reconventie. Geïntimeerden verzochten daarop ontslag van de instantie. Het hof oordeelde dat de vorderingen niet zodanig verweven waren dat de procedure niet gesplitst kon worden en wees het verzoek toe. De procedure voor de vorderingen in conventie blijft geschorst, maar de procedure in reconventie wordt doorgehaald.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de instantie toe voor de vorderingen in reconventie en haalt de procedure per heden door.