Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.[verzoekster1] ,
verzoekers in hoger beroep,
verweerster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Rechthebbende, geboren in 1940 en sinds 2013 weduwe, verblijft sinds medio 2018 in een verpleeghuis. Sinds 2015 is een bewind ingesteld over haar goederen, waarbij verschillende bewindvoerders zijn benoemd. Na het ontslag van de toenmalige bewindvoerder op eigen verzoek, benoemde de kantonrechter een professionele bewindvoerder als opvolger. Rechthebbende en enkele kinderen gingen hiertegen in hoger beroep, stellende dat de dochter in het levenstestament als bewindvoerder was aangewezen.
Het hof constateert dat de voorkeur in het levenstestament door de feitelijke gang van zaken is achterhaald, mede omdat rechthebbende het hoger beroep heeft ingetrokken en niet meer duidelijk haar wil kan uiten vanwege dementie. Daarnaast is er sprake van complexe en verstoorde familieverhoudingen, waardoor het niet in het belang van rechthebbende is om een van haar kinderen als bewindvoerder te benoemen.
Het hof oordeelt dat de benoeming van de onafhankelijke bewindvoerder passend is en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter. Rechthebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van een onafhankelijke bewindvoerder en verklaart rechthebbende niet-ontvankelijk in haar hoger beroep.