ECLI:NL:GHARL:2019:9794

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
14 november 2019
Zaaknummer
699-19 en 700-19
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 SvArt. 591a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding immateriële en materiële schade na voorlopige hechtenis toegekend

Verzoeker heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade geleden door voorlopige hechtenis, bestaande uit immateriële schade en materiële schade zoals gederfde inkomsten en gemaakte kosten. Het hof heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat op grond van artikel 89 Sv Pro zowel immateriële als materiële schade vergoed kan worden.

De immateriële schade is vastgesteld op basis van het aantal dagen doorgebracht in politiebureau en Huis van Bewaring, tegen de landelijk gebruikelijke dagtarieven. Voor de materiële schade is de gederfde inkomstenvergoeding toegekend, verminderd met een forfaitaire vergoeding voor bespaarde kosten van levensonderhoud, gebaseerd op NIBUD-normen.

Daarnaast is een vergoeding toegekend voor de kosten van het indienen van het verzoekschrift. Het hof heeft het totale bedrag van € 24.196,37 toegekend en het verzoek voor een hoger bedrag afgewezen. De strafzaak tegen verzoeker is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel.

Uitkomst: Het hof kent verzoeker een vergoeding van € 24.196,37 toe voor immateriële en materiële schade en kosten van het verzoekschrift.

Uitspraak

Afdeling strafrecht
Parketnummer: 21-000567-18
AV-nummer: 000699-19 en 000700-19
Uitspraak d.d.: 5 november 2019
Beslissing van de meervoudige raadkamer op het verzoek ex artikel 89 en Pro 591a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:

[verzoeker] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,
voor deze zaak woonplaats kiezende te Arnhem, Sonsbeekweg 8 ten kantore van zijn advocaat mr. drs. L.S. Wachters,
hierna te noemen verzoeker.
Verzoeker en zijn advocaat zijn, zoals op voorhand was aangekondigd, niet in openbare raadkamer verschenen.
Procesgang
Verzoeker vraagt vergoeding ten laste van de Staat voor gemaakte kosten en/of geleden schade, die hij ten gevolge van ondergane detentie in een strafzaak heeft geleden ten bedrage van € 25.646,37, nader gespecificeerd als volgt:
  • verblijf politiebureau van 13 juli 2017 tot 19 juli 2017 € 630,00
  • verblijf huis van bewaring van 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018 € 13.920,00
  • gederfde inkomsten periode 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018 € 11.096,37
Daarnaast vraagt verzoeker een vergoeding voor de gemaakte kosten voor de indiening van het verzoekschrift.
Het hof heeft het verzoek behandeld in raadkamer van 22 oktober 2019, waarbij is gehoord de advocaat-generaal.
Beoordeling van het verzoek
Uit het onderzoek in openbare raadkamer is - voor zover hier van belang - het navolgende gebleken:
  • bij onherroepelijk arrest van dit hof van 21 februari 2019, parketnummer 21-000567-18, is de strafzaak tegen verzoeker geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel;
  • verzoeker heeft het verzoek op de voorgeschreven wijze en tijdig ingediend;
  • verzoeker heeft 6 dagen in verzekering (te weten van 13 juli 2017 tot 19 juli 2017) en 175 dagen in voorlopige hechtenis (te weten van 19 juli 2017 tot en met 9 januari 2018) doorgebracht;
  • verzoeker heeft ten gevolge van voormelde detentie schade geleden.
De immateriële schade ex artikel 89 Sv Pro
Het hof is van oordeel, alle omstandigheden in aanmerking genomen, dat gronden van billijkheid aanwezig zijn om aan verzoeker ter zake van immateriële schade een vergoeding toe te kennen. Het hof acht het redelijk om, zoals landelijk gebruikelijk is, bij het bepalen van deze vergoeding zowel de eerste als de laatste dag van het voorarrest mee te tellen. Het hof neemt hierbij als uitgangspunt de gebruikelijk hiervoor gehanteerde tarieven, te weten
€ 105,00 per dag op een politiebureau doorgebracht en € 80,00 per dag in een Huis van Bewaring doorgebracht.
De materiële schade ex artikel 89 Sv Pro
Ten aanzien van de door verzoeker gestelde materiële schade overweegt het hof dat de door het LOVS vastgestelde forfaitaire bedragen slechts zien op immateriële schade, zoals gederfde levensvreugde ten gevolge van de ondergane detentie. In het kader van de procedure ex artikel 89 Sv Pro is - anders dan de advocaat-generaal heeft aangegeven - daarnaast plaats voor volledige vergoeding van de geleden materiële schade. Het hof wijst in dit verband op de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2014, (gepubliceerd op rechtspraak.nl met vindplaats ECLI:NL:GHDHA:2014:4159), waarin een en ander nader wordt uiteengezet.
Het voorgaande brengt mee dat de door verzoeker verzochte en naar behoren onderbouwde vergoeding voor gederfde inkomsten ad € 11.096,37 voor toewijzing vatbaar kan zijn.
Tegenover deze gederfde inkomsten staat evenwel dat verzoeker gedurende zijn detentieperiode kosten van levensonderhoud heeft bespaard. Uit het oogpunt van redelijkheid en billijkheid zal het hof deze kosten op het toe te wijzen bedrag in mindering brengen. Voor de hoogte daarvan zal aansluiting worden gezocht bij de bedragen die het NIBUD (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) hanteert ter zake van de kosten van voeding, gas, water, elektriciteit en persoonlijke verzorging in het geval een zelfstandige huishouding wordt gevoerd. Deze kosten zijn door het NIBUD begroot op een gemiddelde van € 10,00 per dag. Dat verzoeker, zoals de advocaat opmerkt, tijdens zijn detentie onder meer kosten voor voeding heeft gemaakt en zijn overige (huishoudelijke) kosten ook gewoon door liepen, doet hier niet aan af. Deze kosten worden naar het oordeel van het hof reeds gecompenseerd door de toekenning van de verzochte vergoeding voor gederfde inkomsten.
Het verzoek ex artikel 591a Sv
De kosten van het indienen van het verzoekschrift kunnen worden vergoed overeenkomstig de ter zake landelijk gehanteerde uitgangspunten, en wel tot een bedrag van € 280,00.
Concluderend
Met inachtneming van het bovenstaande zal het hof aan verzoeker de volgende vergoeding ten laste van de Staat toe kennen:
- 181 dagen voorarrest:
6 dagen politiebureau ad € 105,00 € 630,00
175 dagen HvB ad € 80,00 € 14.000,00
- gederfde inkomsten € 11.096,37
- kosten indienen verzoek
€ 280,00+
Subtotaal: € 26.006,37
- kosten levensonderhoud (181 x € 10,00)
€ 1.810,00 -
Totaal aan verzoeker toe te kennen:
€ 24.196,37.
BESLISSING
Het hof:
kent toe aan verzoeker [verzoeker] een vergoeding ten laste van de Staat ten bedrage van
€ 24.196,37 (vierentwintigduizend honderdzesennegentig euro en zevenendertig cent);
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;
beveelt de griffier om bovenstaand bedrag over te maken op rekeningnummer
NL42 RABO 0120 6756 41, ten name van Stichting Beheer Derdengelden Corbeek Frijns Advocaten te Arnhem, onder vermelding van dossiernummer 00007641 inzake [verzoeker] 21-000567-18.
Aldus gegeven door
mr. W.M. van Schuijlenburg, voorzitter,
mr. J.J. Beswerda en mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo, raadsheren,
in tegenwoordigheid van E.J. Swart, griffier,
door de voorzitter en de griffier ondertekend en op 5 november 2019 ter openbare zitting uitgesproken.