Uitspraak
[appellant],
Dexia,
1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
2.De verdere beoordeling van de grieven en de vordering
3.De slotsom
€ 79,--
€ 300,--(2 punten x tarief € 150,--)
€ 0,--
€ 3.222,--(3 punten x tarief II)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele zaak stond de geldigheid van effectenleaseovereenkomsten uit 1998 centraal. Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden dat de echtgenote van appellant vóór 13 maart 2000 van de overeenkomsten op de hoogte was, was ontzenuwd door getuigenverklaringen van appellant en zijn zonen. Hierdoor zijn de overeenkomsten rechtsgeldig vernietigd op grond van artikel 1:88 jo Pro 1:89 BW.
De vordering tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf veertien dagen na ontvangst van de vernietigingsbrief in februari 2006. Dexia werd niet verweten kwade trouw bij ontvangst van betalingen, zodat de wettelijke rente niet vanaf het moment van betaling verschuldigd was.
Daarnaast wees het hof de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af, omdat de gemaakte kosten niet individueel waren toegesneden en niet aan de dubbele redelijkheidstoets voldeden. Dexia werd veroordeeld in de kosten van beide instanties en de nakosten.
Het arrest vernietigde het vonnis van de kantonrechter voor zover het in conventie was gewezen en deed opnieuw recht met de genoemde veroordelingen.
Uitkomst: Overeenkomsten vernietigd en Dexia veroordeeld tot terugbetaling met wettelijke rente vanaf 4 maart 2006.