ECLI:NL:GHARL:2019:9413
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning kind wegens onvoldoende vaststelling identiteit man
De zaak betreft het hoger beroep tegen de weigering van een ambtenaar van de burgerlijke stand om een akte van erkenning van een minderjarige door een man op te maken. De rechtbank had eerder het besluit van de ambtenaar vernietigd en gelast alsnog de erkenning te registreren. Het hof heeft deze beschikking vernietigd en het verzoek van de man afgewezen.
De kern van het geschil is of de identiteit en nationaliteit van de man met voldoende zekerheid kunnen worden vastgesteld. De man kon geen geldig paspoort overleggen en de overgelegde documenten, waaronder een W-document, een gelegaliseerde geboorteakte en een nationaliteitsverklaring, waren onvoldoende om zijn identiteit en nationaliteit vast te stellen. Het hof achtte het redelijk dat de man meer inspanningen verricht om zijn identiteit te bewijzen.
Het hof oordeelde dat op grond van het toepasselijke Nederlandse recht de ambtenaar bevoegd was het verzoek tot erkenning te weigeren. Het belang van het kind en internationale verdragen rechtvaardigen geen uitzondering zolang niet voldoende bewijs is geleverd. Het hof wees ook verzoeken om DNA-onderzoek en benoeming van een bijzondere curator af. De eerdere beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het verzoek van de man afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot erkenning af wegens onvoldoende vaststelling van identiteit en nationaliteit van de man.