ECLI:NL:GHARL:2019:9391
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing bevel dadelijke uitvoerbaarheid contactverbod wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker is bij vonnis van de politierechter veroordeeld tot een taakstraf en een contactverbod van twee jaar, waarbij de dadelijke uitvoerbaarheid van het contactverbod was bevolen. Verzoeker stelde een verzoek tot opheffing van dit bevel in bij het gerechtshof. Het hof behandelde het verzoek in raadkamer en oordeelde dat het verzoek niet aan de eisen voor dadelijke uitvoerbaarheid voldoet.
De advocaat-generaal stelde dat het verzoek niet in raadkamer maar ter terechtzitting behandeld had moeten worden en dat verzoeker geen belang had bij opheffing, terwijl de slachtoffers dat wel hadden. Het hof verwierp deze bezwaren en stelde vast dat het verzoek terecht in raadkamer werd behandeld en dat verzoeker wel belang had.
Het hof concludeerde dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat verzoeker zich na het gepleegde feit schuldig heeft gemaakt aan nieuwe strafbare feiten of zich belastend heeft gedragen jegens de slachtoffers. De periode tussen het feit en het vonnis was lang genoeg om te concluderen dat er geen ernstig risico bestaat op herhaling.
Daarom werd het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van het contactverbod opgeheven. Het hoger beroep van verzoeker is nog aanhangig, maar het vonnis van de politierechter is nog niet onherroepelijk.
Uitkomst: Het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van het contactverbod wordt opgeheven wegens ontbreken van spoedeisendheid.