ECLI:NL:GHARL:2019:9295
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs dat balletjespistolen wapens zijn volgens Wet wapens en munitie
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het bezit van balletjespistolen die volgens het Openbaar Ministerie als wapens in de zin van artikel 2, lid 1, categorie I onder 7 van de Wet wapens en munitie moesten worden aangemerkt. Het hof heeft het dossier en het bewijs onderzocht, waarbij het oordeel van de deskundigheid van de verbalisanten cruciaal was.
Er bleek geen bewijs dat de verbalisanten die de balletjespistolen beoordeelden, deskundig waren op het gebied van de Wet wapens en munitie. Het dossier bevatte alleen een zwart-wit foto en een ingevuld formulier waarin werd aangegeven dat de voorwerpen een sprekende gelijkenis met echte wapens vertoonden, maar zonder onderbouwing door een wapendeskundige.
Het hof oordeelde dat zonder een gedegen deskundigenonderzoek niet kan worden vastgesteld dat de balletjespistolen daadwerkelijk wapens zijn zoals bedoeld in de wet. Het criterium van 'sprekende gelijkenis' vereist een zeer gedetailleerde beoordeling die in de praktijk alleen door wapendeskundigen kan worden uitgevoerd.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Dit arrest benadrukt het belang van deskundig bewijs bij de beoordeling van de kwalificatie van voorwerpen als wapens onder de Wet wapens en munitie.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs dat de balletjespistolen wapens zijn in de zin van de Wet wapens en munitie.