Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Enschede(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
Facturen [D] BV
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, een fiscale eenheid bestaande uit [X] B.V. en [Y] B.V., is geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2014 en een vergrijpboete van 50% vanwege het onterecht in aftrek brengen van voorbelasting op facturen van [D] B.V., [J] B.V. en [N] B.V. Na een boekenonderzoek en diverse verklaringen van betrokkenen en getuigen, stelde de Inspecteur dat de facturen valselijk waren opgemaakt en geen daadwerkelijke prestaties weerspiegelen.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, vernietigde de boete wegens termijnoverschrijding en belanghebbende stelde hoger beroep in. Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat de gemachtigde niet verscheen, maar het Hof ging inhoudelijk in op de feiten en het bewijs. Het Hof achtte de verklaringen van de Inspecteur en getuigen geloofwaardig en concludeerde dat de facturen niet betrekking hadden op werkelijk verrichte diensten. De verklaringen van [F] en [M], namens de facturerende vennootschappen, werden als ongeloofwaardig beoordeeld.
Ook de facturen van [N] B.V. werden niet aannemelijk geacht, mede vanwege de grote afstand tussen de locaties en het ontbreken van concrete gegevens over de verrichte diensten. Het Hof oordeelde dat belanghebbende willens en wetens gebruik heeft gemaakt van valse facturen om belastingvoordeel te behalen, waardoor de naheffingsaanslag en de vergrijpboete terecht zijn opgelegd. De boete werd niet verder gematigd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en vergrijpboete van 50% worden bevestigd.